|
Pak het potlood vast en wrijf het over je
mouw. Je vertelt hierbij dat door wrijving het potlood warm wordt.
Als het potlood warm wordt wordt het zacht. Neem het potlood
tussen duim en wijsvinger. Je zet je vingers iets rechts van
het midden. Je houdt het potlood stevig vast. Je beweegt je hand
snel van boven naar beneden en terug, Omdat je het potlood stevig
tussen je vingers klemt, gebeurt er niets. Je vertelt dat het
nog niet warm genoeg is.
Wrijf nog een keer over je mouw met het potlood.
Nu neem je het potlood op dezelfde manier tussen duim en wijsving.
Je beegt je hand weer op en neer. Omdat je de vingers niet stevig
aandrukt, ontstaat de illusie dat jhet potlood doorbuigt alsof
het van rubber is.
|